top of page

HR 11-06-2021 Actualiseren medische verklaring niet door verpleegkundig specialist!

Wvggz. Zorgmachtiging. Kan een verpleegkundig specialist een niet meer actuele medische verklaring actualiseren?

3 Beoordeling van het middel


3.1

Onderdeel 1 van het middel klaagt over het oordeel dat de medische verklaring die niet meer actueel was, kon worden geactualiseerd door een verklaring van een verpleegkundig specialist. Het onderdeel wijst erop dat dit oordeel in strijd is met art. 5:8 lid 1 Wvggz, art. 5:7 Wvggz en art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM. Volgens het onderdeel dient het oordeel van de rechtbank te worden gebaseerd op een oordeel van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene.


3.2

Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg . Redactie: zie HR 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1012, rov. 4.1.2). Een en ander strookt met de rechtspraak van het EHRM over art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM. Redactie: zie EHRM 24 oktober 1979, nr. 6301/73 (Winterwerp/Nederland) en EHRM 5 oktober 2000, nr. 31365/96 (Varbanov/Bulgarije).

3.3

In dit geval heeft de rechtbank vastgesteld dat de medische verklaring van 24 juni 2020 niet meer actueel was. De medische verklaring voldeed derhalve niet aan de uit art. 5:8 lid 1 Wvggz voortvloeiende eis dat zij de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene beschrijft. De rechtbank mocht dus geen zorgmachtiging verlenen enkel op basis van deze medische verklaring.


3.4

De rechtbank heeft in rov. 2.6 van haar beschikking de medische verklaring in aanmerking genomen op de grond dat de actuele gezondheidstoestand van betrokkene blijkt uit de stukken en de verklaring die de verpleegkundig specialist tijdens de mondelinge behandeling heeft afgelegd. Zoals hiervoor in 3.2 is overwogen, moet een medische verklaring worden afgegeven door een psychiater die voldoet aan de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Daaruit volgt dat een verklaring van een verpleegkundig specialist over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene niet kan voorzien in actualisering van een medische verklaring. Op die grond slaagt de hiervoor in 3.1 weergegeven klacht.


3.5

Opmerking verdient nog dat de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld, de verklaring kan actualiseren als zij niet meer actueel is. Dat kan ook tijdens de mondelinge behandeling. Die actualisering moet zodanig concreet zijn dat de rechter daaruit kan afleiden dat de psychiater zich een oordeel heeft gevormd over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene. Voor actualisering kan niet worden volstaan met de hiervoor in 2.2 onder (ii) weergegeven, niet nader gespecificeerde mededeling in het verzoekschrift dat “uit telefonisch contact met het bureau van de geneesheer-directeur” (die in dit geval ook de medische verklaring heeft opgesteld) is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene ongewijzigd is.

3.6

De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.


HR 11-06-2021 ECLI_NL_HR_2021_885
.pdf
Download PDF • 116KB


29 weergaven
bottom of page