top of page

Wettelijk kader toepassing van verplichte zorg (Wvggz)

Mr. B.J. Drijber, Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad, geeft een mooi overzicht van het wettelijk kader voor de toepassing van verplichte zorg in zijn conclusie van 07-01-2022 naar aanleiding van een klacht over de duur van verplichte zorg (dwangmedicatie). Parket bij de Hoge Raad 07-01-2022 ECLI:NL:PHR:2022:23. Het volgende is overgenomen uit deze conclusie. De voetnoten zijn door de redactie weggelaten of in de tekst opgenomen.


" Wvggz: het toepassen van verplichte zorg

2.9

Anders dan in de Wet Bopz staat in de Wvggz de opneming in een psychiatrisch ziekenhuis niet centraal. De Wvggz wordt daarom wel aangeduid als een ‘persoonsgebonden’ of ‘persoonsvolgende’ regeling, ter onderscheiding van de ‘locatiegebonden’ Wet Bopz. Vanwege deze wijziging is het onderscheid tussen ‘intern’ en ‘extern’ gevaar in de Wgvvz niet teruggekeerd.


Vrijwillige zorg, tenzij...

2.10

Een van de algemene uitgangspunten van de Wvggz is dat zorg op basis van vrijwilligheid wordt verleend (art. 2:1 lid 1 Wvggz). Verplichte zorg kan alleen als uiterste middel worden overwogen, indien er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg meer zijn (art. 2:1 lid 2 Wvggz). Verplichte zorg kan onder meer bestaan uit het ‘toedienen van vocht, voeding en medicatie’ (art. 3:2 lid 2, onder a, Wvggz). Verplichte zorg kan onder meer worden verleend om ‘ernstig nadeel af te wenden’ (art. 3:4 onder b, Wvggz). Verplichte zorg kan dan als ‘uiterste middel’ worden verleend, met inachtneming van de vereisten van a. noodzakelijkheid, b. proportionaliteit, c. subsidiariteit en d. doelmatigheid (art. 3:3 Wvggz).


Voor het verlenen van verplichte zorg is een 'zorgmachtiging' vereist

2.11

Voor het verlenen van verplichte zorg is een ‘zorgmachtiging’ vereist (art. 6:1 e.v. Wvggz), die door de rechter wordt verleend (art. 6:4 Wvggz) voor de duur die noodzakelijk is om het doel van verplichte zorg te realiseren. Daarbij geldt een wettelijk maximumduur van zes maanden, twaalf maanden of twee jaar (art. 6:5 Wvggz). Die laatste termijn is onder meer van toepassing op een aansluitende zorgmachtiging voor een persoon die gedurende de voorafgaande vijf jaar is geplaatst op grond van art. 37, eerste lid, WvSr, zoals dat artikellid luidde voor inwerkingtreding van de Wvggz.


2.12

Met de Wvggz heeft de wetgever dus gekozen voor een systeem waarin de rechter vooraf beslist welke verplichte zorg is toegestaan. Dat impliceert dat duidelijk moet zijn om welke zorg het gaat. Aan een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging gaat daarom een uitgebreid voorbereidingstraject vooraf. Dit is beschreven in hoofdstuk 5 Wvggz (‘Voorbereiden zorgmachtiging’).


2.13

De zorgmachtiging dient alle vormen van zorg te bevatten die noodzakelijk zijn voor de reguliere behandeling van de psychische stoornis en in crisissituaties die vooraf kunnen worden voorzien. Dit betekent niet dat de dwang, waartoe de zorgmachtiging legitimeert, zonder meer kan worden toegepast. Daartoe zal eerst door de zorgverantwoordelijke een beslissing tot het verlenen van verplichte zorg moeten worden genomen (art. 8:9 Wvggz). Zie MvT, Kamerstukken II 2009/10, 32 399, nr. 3, blz. 88. Plv. P-G Langemeijer gebruikt in dat verband het beeld van drie cirkels:

“3.8 Met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg heeft de wetgever gekozen voor een stelsel waarin de rechter vooraf beslist welke verplichte zorg is toegestaan, binnen of buiten een ‘accommodatie’. Dan moet duidelijk zijn om welke zorg het gaat. In het nieuwe stelsel worden, om zo te zeggen, drie cirkels getrokken. De buitenste cirkel is de wettelijke omschrijving van verplichte zorg in art. 3:2 lid 2 Wvggz. Die omschrijving is limitatief: de rechter mag geen machtiging verlenen voor andere vormen van verplichte zorg dan die, welke in deze wettelijke bepaling zijn omschreven. Deze wettelijke begrenzing geldt voor iedere patiënt. De middelste cirkel regelt welke verplichte zorg aan deze individuele patiënt mag worden verleend. Dat wordt door de burgemeester onderscheidenlijk door de rechter vooraf bepaald voor een bepaald tijdvak. De behandelende artsen en andere zorgverleners mogen gedurende dat tijdvak geen andere vormen van ‘verplichte zorg’ verlenen dan die waarvoor de crisismaatregel onderscheidenlijk de machtiging ruimte biedt. De binnenste cirkel wordt bepaald door de beslissing van de ‘zorgverantwoordelijke’, die van dag tot dag besluit welke verplichte zorg concreet aan de patiënt wordt gegeven (zie art. 8:9 Wvggz).” Zie hiervoor de conclusie (ECLI:NL:PHR:2020:429) voor HR 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1017, NJ 2020/348, m.nt. J. Legemaate.


Zorgverantwoordelijke beslist welke vormen van verplichte zorg worden toegepast

2.14

Het is de zorgverantwoordelijke (doorgaans is dat de behandelend psychiater) die beslist welke van de in een zorgmachtiging (en in voorkomend geval crisismaatregel) opgenomen toegestane vormen van verplichte zorg kunnen worden toegepast als de daarin omschreven omstandigheden zich voordoen. De hierna weer te geven procedure van art. 8:9 Wvggz hoeft hij echter alleen te doorlopen indien er daadwerkelijk sprake is van verzet tegen een bepaalde, in de crisismaatregel of de zorgmachtiging opgenomen vorm van verplichte zorg. Staat bijvoorbeeld het nemen van medicatie opgenomen als vorm van verplichte zorg, en neemt de betrokkene die medicatie gewoon in, dan is een formeel besluit pas vereist als de betrokkene de medicatie (alsnog) weigert. In dat geval zal de voorgeschreven procedure moeten worden doorlopen. Zie hierover: SDU Commentaar Gedwongen Zorg, art. 8:9 Wvggz, aant. 1 (R.B.M. Keurentjes).


2.15

Ter voorkoming dat de dwang waartoe de zorgmachtiging legitimeert zonder meer wordt opgelegd, bepaalt art. 8:9 lid 1 Wvggz dat de zorgverantwoordelijke niet tot uitvoering van die zorgmachtiging kan overgaan dan nadat hij a) zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene, b) met de betrokkene overleg heeft gehad over de voorgenomen beslissing, en c) voor zover hij geen psychiater is, hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheer-directeur.


Schriftelijke gemotiveerde voorafgaande beslissing van zorgverantwoordelijke is vereist

2.16

Op grond van art. 8:9 lid 2 Wvggz is een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke nodig voorafgaand aan de toepassing van de verplichte zorg.


2.17

Uit art. 8:9 Wvggz blijkt dat iedere vorm van verplichte zorg met terughoudendheid moet worden toegepast en dat steeds vooraf getoetst moet worden aan de algemene uitgangspunten die zijn neergelegd in art. 2:1 Wvggz. Daarover is de Hoge Raad duidelijk geweest in zijn meergenoemde uitspraak van 18 december 2020:

“Art. 2:1 Wvggz maakt deel uit van hoofdstuk 2 van de wet. Dat hoofdstuk bevat algemene uitgangspunten, die bij de uitvoering van de wet steeds in acht moeten worden genomen. Dat volgt niet alleen uit de gelaagde structuur van de wet, maar ook uit de bewoordingen van diverse bepalingen. De betrokken uitgangspunten dienen dus tevens in acht te worden genomen bij een beslissing van de zorgverantwoordelijke op de voet van art. 8:9 lid 1 Wvggz. (…) [Daaraan] doet niet af dat hoofdstuk 2 van de wet niet wordt genoemd bij de klachtgronden van art. 10:3 Wvggz, noch dat in art. 8:9 Wvggz geen specifieke bepalingen uit dat hoofdstuk zijn vermeld.” HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2096, NJ 2021/97, m.nt. J. Legemaate, rov. 4.1.3. De zorgverantwoordelijke moet zijn keuze uit de mogelijkheden die de zorgmachtiging biedt verantwoorden en duidelijk maken dat een lichtere interventie niet volstaat.


De AG geeft in zijn hierboven deels geciteerde conclusie van 7 januari 2022 ook een overzicht van het wettelijk kader voor verplichte zorg aan mensen die met een strafrechtelijke titel worden geplaatst in een accomodatie.





52 weergaven
bottom of page